André De Clerck gaf de voorzittersstoel door aan zijn zoon Fernand, die meteen voor een harde beslissing stond, het ontslag van Leo Canjels.  Door het ontslag van Leo Canjels moest de uittredende landskampioen op zoek naar een nieuwe coach. Bij Club dacht men de ideale vervanger in eigen rangen te hebben. Jaak De Wit werd immers doorgeschoven van assistent naar hoofdcoach.

 

Er werd afscheid genomen van Axelsson die naar Oostende trok. Aan inkomende zijde waren Julien Cools en Rolf Russmann de opvallendste namen. Ook de jonge Lei Clijsters kwam de rangen vervoegen.

 

Een succes zou het trainersschap van Jaak De Wit niet worden. Club startte bijzonder zwak aan de competitie met slechts zes zeges in de heenronde. Ook in Europa ging Club er al in de tweede ronde van de beker der landskampioenen uit.

 

Jaak De Wit betaalde in de winter de prijs voor de slechte resultaten en werd vervangen door een nieuwe coach en wat voor éen, Ernst Happel, eerder winnaar van de Europacup van Feyenoord nam het Brugse roer over. Happel zou een onuitwisbare indruk nalaten door zijn gedrag naast het veld maar nog meer door zijn manier van spelen op de groene mat. Happel was een beetje nors, maar had toch ook een menselijke kant voor zijn spelers. Hij hield van casino’s en ook als trainer was hij niet vies van een gok en een portie bluf. Het maakte dat Club een zwierig en aanvallend zeer sterk geheel zou worden.

 

Er was onmiddellijk een verbetering in het Brugse spel merkbaar, maar een geslaagd seizoen kon ook Happel er niet meer van maken, daarvoor was de opgelopen averij te groot. Happel zette nog een paar puike resultaten neer en parkeerde Club op een vijfde plaats.

 

Club kwam uiteindelijk in de eindafrekening twee punten te kort om zich te plaatsen voor Europees voetbal.